Toelichting
Veel landbouwbestrijdingsmiddelen (pesticiden) bevatten hormoonverstorende stoffen. Deze kunnen een rol spelen bij het ontstaan van borstkanker, al zijn daar nog veel onduidelijkheden over. Met name voor vrouwen in de agrarische sector is het wel belangrijk om meer over deze risico’s te weten: zij komen immers veel met dit soort pesticiden in aanraking.
Om dit risico goed vast te kunnen stellen gaat prof. Hans Kromhout (Universiteit Utrecht) grote hoeveelheden internationale gegevens combineren en analyseren. Hij hoopt beter in kaart te krijgen welke middelen het risico op borstkanker verhogen. Dat kan aanleiding zijn voor veranderingen in wet- en regelgeving, of voor boeren zelf om andere keuzes te maken.
Hans kan voor dit onderzoek beschikken over een aantal internationale datasets (uit Amerika, Frankrijk en Noorwegen), met gegevens over hoe vaak, hoe lang en aan welke middelen boerinnen en meewerkende vrouwen zijn blootgesteld, gekoppeld aan data uit de kankerregistratie.
Het onderzoek loopt nog, er is dus nog geen eindverslag binnen, maar er is wel de volgende voortgang geboekt/kennis opgedaan.
- In totaal zijn er binnen deze datasets zo’n 9.000 gevallen van borstkanker gevonden. Enerzijds is dat veel, anderzijds is het aantal vrouwen dat is blootgesteld aan pesticiden en ook borstkanker ontwikkelde, niet heel hoog. Dat maakt het lastig om het ontstaan van borstkanker 1 op 1 te linken aan gebruik van pesticiden.
- Als naar specifieke stoffen wordt gekeken, zoals organofosfaten, dan zijn er wel degelijk stoffen die een licht verhoogd risico op borstkanker geven. Dat gaan de onderzoekers nog extra bepalen in de cijfers uit Noorwegen, die nog geanalyseerd moeten worden. Vanwege privacywetgeving mogen de Noorse data alleen in het land zelf geanalyseerd worden. Twee onderzoekers zullen hiervoor afreizen naar Noorwegen. De uiteindelijke uitkomsten zullen sterk afhangen van de Noorse cijfers.
Het onderzoek zit in de afrondende fase. KWF verwacht het eindrapport later in 2026 te ontvangen.

